|
Als het uitrijseizoen in zicht komt, begint op veel bedrijven het mixen. Drijfmest die maanden in een kelder of silo heeft gestaan, is niet meer één geheel. Bovenop ligt een drijflaag, onderin zakt een dikke bezinklaag en daartussen zit dunne mest. Wie zo uitrijdt, krijgt eerst water op het land en houdt aan het eind een kelder vol dikke prut over. Goed mixen lost dat op, maar het vraagt ook om voorzichtigheid. Waarom mixen zin heeftDe mineralen in mest zijn niet gelijk verdeeld. Fosfaat en organische stof zakken grotendeels naar beneden, stikstof zit meer in het dunne deel. Mix je niet, dan bemest je het ene perceel heel anders dan het andere. Na goed mixen heeft elke vracht ongeveer dezelfde samenstelling, en een mestmonster zegt dan ook echt iets over wat je uitrijdt. Daarnaast blijft er minder achter. Een bezinklaag die jaar na jaar groeit, kost opslagruimte en is later alleen met veel moeite los te krijgen. Welke mixer past bij je opslag?Voor een kelder onder de stal worden vaak mixers gebruikt die via een mixluik naar binnen gaan. Ze worden aangedreven door de aftakas van de trekker of door een elektromotor. Voor een mestsilo of een grote bassin zijn er mixers die vast aan de wand hangen of op een paal staan, en dompelmixers die in de mest zelf draaien. Een elektrische mestmixer heeft als voordeel dat je de trekker vrijhoudt en dat je kunt mixen zonder dat er een motor naast de stal staat te draaien. Je kunt hem ook op een tijdschakelaar zetten en in korte rondes laten werken. Een trekkermixer is flexibeler als je meerdere kelders of locaties hebt. Laat je adviseren op basis van de vorm en grootte van je opslag, want een mixer die te klein is voor een lange kelder, krijgt de hoeken nooit los. Veilig mixen: zwavelwaterstofBij het mixen komt zwavelwaterstof vrij. Dat gas is zwaarder dan lucht, en in hoge concentraties ruik je het niet eens meer. Het kan binnen korte tijd dodelijk zijn, voor dieren en voor mensen. Ongelukken met mestgassen gebeuren nog steeds, en vaak juist tijdens het mixen. Afspraken voor elke mixbeurt
Gebruik een draagbare gasmeter als je toch in de buurt moet zijn. Het alarm gaat af voordat je zelf iets merkt. Het erf rond de vulplaatsNa het mixen begint het vullen van de tank. Hoe goed je ook werkt, rond het vulpunt komt er altijd wat mest op het erf. Ook spoelwater van de tank en regenwater dat over het vuile erf loopt, neemt mest mee. Dat water hoort niet in de sloot. Leg daarom bij de vulplaats een vloeistofdichte verharding met afschot naar een goot. Een betonnen afvoergoot met rooster kan het zware verkeer van een volle tank en een trekker aan, en het rooster houdt stenen en stro tegen. De goot loopt af naar een put of terug naar de mestopslag, zodat het vuile water alsnog in de kelder belandt. Veeg of spuit de vulplaats na elke dag schoon. Dat scheelt geur, vliegen en gladheid, en het voorkomt dat er mest de weg op gaat. Plan je mixmomentMix niet weken voordat je gaat uitrijden, want dan zakt de mest weer uit. De meeste boeren mixen een paar dagen ervoor en dan nog eens kort vlak voor het vullen. Kies een droge dag met wat wind, zodat de gassen buiten snel verdwijnen. Tot slotMixen hoort bij goed mestbeheer: je verdeelt de mineralen eerlijk over je land en voorkomt dat je kelder dichtslibt. Doe het met een mixer die bij je opslag past, neem de risico’s van mestgas serieus en houd het erf rond de vulplaats schoon. Dan begint het uitrijseizoen zonder verrassingen. |
| https://www.fabiton.nl/ |
Mest mixen voor het uitrijden: zo doe je het veilig en zonder knoeien
- Dieren
- Gepubliceerd door Boerderijtuinen
